Cookies.

Page content

Bruikleenovereenkomst in de rechtspraak. 5 Recente uitspraken.

Bruikleenovereenkomst in de rechtspraak. 5 Recente uitspraken.

In dit artikel heb ik een beknopt overzicht gemaakt van 5 recente uitspraken rondom de bruikleenovereenkomst. In elk van deze uitspraken komt de vraag aan de orde of sprake is van huur of van bruikleen.

1. Bruikleen van grond

Hof Amsterdam 03 november 2015ECLI:NL:GHAMS:2015:4513

Het Hof spreekt zich in deze zaak uit over de vraag of sprake is van huur of van bruikleen met betrekking tot het gebruik van een braakliggend stuk grond. Het oordeelt dat het maaien van gras en het weren van onkruid enkel aangemerkt dient te worden als invulling van de verplichting voor bruiklener om als goed huisvader voor het stuk grond te zorgen (artikel 7A:1781 BW). Deze activiteiten zijn niet aan te merken als tegenprestatie. De afspraken tussen partijen dienen derhalve als bruikleenovereenkomst en niet als huurovereenkomst aangemerkt te worden. De door partijen gesloten overeenkomst tot beëindiging van het gebruik is daarmee geldig en gebruiker dient het perceel te ontruimen.

2. Bruikleen vakantiehuisje

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2014ECLI:NL:GHARL:2014:10164

In deze zaak moest het Hof zich (onder meer) uitspreken over het gebruik van een zomerhuisje. De casus was kort weergegeven als volgt.

Een stel gaat uit elkaar. Voor de verdeling van hun belangrijkste zaken wordt een notaris ingeschakeld. De verdeling van een aantal andere zaken wordt door middel van een onderhandse akte door de voormalige partners zelf vastgelegd.

Bij de afspraken met betrekking tot het vakantiehuisje gaat het mis.

In de onderhandse akte wordt onder andere bepaald dat een van beide partners in het zomerhuisje mag blijven wonen, totdat hij een nieuwe woning heeft gevonden. Bijna 4 jaar later woont de man echter nog steeds in het zomerhuisje en weigert hij dit te verlaten. Hij meent bij de verdeling mede-eigenaar van het huisje te zijn geworden. Het Hof verwerpt deze stelling.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of het gebruik als huur aangemerkt kan worden. In dat geval zou de man huurbescherming genieten. Ook hier volgt het Hof de man niet. In rechtsoverweging 4.6 van de uitspraak overweegt het Hof dat het kenmerkende verschil tussen een bruikleen en huur is gelegen in de al dan niet verlangde en gevorderde tegenprestatie. Deze tegenprestatie dient bij een huurovereenkomst voldoende vastomlijnd te zijn.

Niet de betiteling van de afspraken, maar de strekking van hetgeen is overeengekomen in het licht van wat partijen bij de totstandkoming voor ogen stond is bepalend.

Het Hof geeft aan dat er in dit geval van huur geen sprake is, maar dat de afspraken aangemerkt dienen te worden als een overeenkomst van bruikleen. De afspraken tussen beide voormalige partners verplichtten de man er verder toe om zich in te spannen een andere woonruimte te zoeken. De man is hierin toerekenbaar tekort geschoten. Het Hof geeft in zijn uitspraak de man 3 maanden de tijd om zijn spullen te pakken en het zomerhuisje te ontruimen.

3. Bewoning bij leegstand is bruikleen en geen huur

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2014ECLI:NL:GHARL:2014:3913

Ook in deze zaak moest het Hof zich uitspreken over de kwalificatie van afspraken tussen de gebruikers die weigerden te vertrekken en een leegstandsbeheerder. Bewoners menen dat sprake is van huur en doen een beroep op huurbescherming. De leegstandsbeheerder beroept zich op bruikleen en vordert ontruiming van de woning.

Het Hof bekrachtigd het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank en komt eveneens tot het oordeel dat hier sprake is van bruikleen.

Het Hof benadrukt in deze zaak eens temeer dat bij het in gebruik geven in ruil voor een tegenprestatie sprake is van huur en dat zelfs andersluidende partijbedoelingen niet kunnen afdoen aan de dwingendrechtelijke huurbescherming. Het Hof geeft aan dat hiervan in dit geval ook geen sprake is. Voorts worden de diverse verrichte betalingen onder de loep genomen. Het Hof oordeelt dat deze niet kunnen worden aangemerkt als tegenprestatie.

De bewoners worden derhalve opnieuw – dit maal in hoger beroep – in het ongelijk gesteld. Zij gaan hierop zelfs nog in cassatie bij de Hoge Raad. Dit cassatieberoep wordt door de Hoge Raad echter niet ontvankelijk verklaard. (HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3595).

4. Maandelijkse bemiddelingsvergoeding tegenprestatie?

Hof Amsterdam (vzr.) 11 juni 2013ECLI:NL:GHAMS:2013:1801

In dit kort geding in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam moest de voorzieningenrechter in de eerste plaats de afspraken van partijen omtrent het gebruik van een leegstaande woning kwalificeren. Bewoners betaalden iedere maand een vergoeding van € 115,00 aan een bemiddelaar die voor een totstandkoming van het gebruik tussen gebruiker en eigenaar had zorggedragen en verder ook tijdens het gebruik fungeerde als tussenpersoon in het contact tussen bewoners en eigenaar. Deze bemiddelaar ontving dit geld als vergoeding voor zijn bemiddelingsdiensten. Hij betaalde dit bedrag dus ook niet door aan de woningeigenaar. Het Gerechtshof was mede daardoor van oordeel dat de betreffende kosten niet als tegenprestatie voor het gebruik van de woning kunnen worden aangemerkt. Ook andere argumenten van bewoners dat sprake is van huur treffen geen doel. Het Hof trekt dan ook de conclusie dat geen sprake is van huur. De bewoners moeten het pand derhalve verlaten.

5. Bewoning woonruimte is huur en geen bruikleen

Rb. Rotterdam (vzr.) 30 maart 2012ECLI:NL:RBROT:2012:BW6175

De tussen partijen gesloten overeenkomst voor het gebruik van een woonruimte wordt in deze uitspraak door de voorzieningenrechter gekwalificeerd als huurovereenkomst en niet als bruikleenovereenkomst. Gebruiker dient derhalve rechtens te worden aangemerkt als huurder van woonruimte en maakt voorts terecht aanspraak op huurbescherming. Nu vaststaat dat sprake is van huur kan de bewoner niet ontruimd worden.

De rechtbank overweegt in rechtsoverweging 4.4:

“Een kenmerkend verschil tussen een bruikleenovereenkomst en een huurovereenkomst is gelegen in het al dan niet verlangen en verschuldigd zijn van een tegenprestatie in ruil voor het gebruik van de woning (zie artikel 7:201 BW). Gaat het bij een bruikleenovereenkomst om het in gebruik geven van de woning om niet, bij een huurovereenkomst dient sprake te zijn van een voldoende vastomlijnde tegenprestatie. Bij bepaling van de vraag om welke overeenkomst het gaat, is niet doorslaggevend hoe de contractuele relatie is betiteld. Bepalend is de strekking van hetgeen is overeengekomen in het licht van hetgeen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond.”

Bruikleencontract gratis voorbeeld
Wil je zelf een bruikleenovereenkomst opstellen? Download dan nu direct ons gratis Word-template.
Je gegevens zijn veilig. Wij hebben ook een hekel aan spam.
Vincent Jongedijk
Vincent is de oprichter, eigenaar en het gezicht van Overeenkomst.nu. Hij heeft in 2000 zijn studie bedrijfseconomie en in 2013 zijn studie milieurecht voltooid aan de Universiteit van Tilburg.Vincent is sinds 2004 zelfstandig ondernemer en werkt met name voor vastgoedbeleggers, vastgoedhandelaren, beheerders, projectontwikkelaars en diverse makelaarskantoren.Vincent beheert enkele vastgoedportefeuilles, adviseert op het gebied van vastgoedexploitatie en ruimtelijke mogelijkheden en procedeert als jurist in huur- en bestuursrechtzaken.

Comment Section

1 reactie op “Bruikleenovereenkomst in de rechtspraak. 5 Recente uitspraken.


Door Bertil Koster op 1 mei 2018

Als ik nu iets uitleen voor onbepaalde tijd naar een persoon in het buitenland. Wat geldt er dan. Het Nederlandse recht of de locale wetgeving

Plaats een reactie


*